 |
Onderzoek
Algemeen onderzoek
Dit is de algemene werkwijze van de dierfysiotherapeut(e). Een dier aangeboden aan een dierfysiotherapeut moet altijd verwezen zijn door een dierenarts,of het moet gaan om een preventieve screening of een (half)jaarlijks onderzoek.
• Anamnese:
Dit is een vraaggesprek met de eigenaar van het dier. Er wordt gevraagd naar de klacht: hoelang bestaat de klacht al, is er een evt oorzaak voor? Wat heeft de eigenaar of dierenarts er aan gedaan? Wanneer uit de klacht zich (denk bij hond aan het uitlaten en bij paard bij sommige oefeningen of gangen tijdens het rijden, zie verder de specifieke onderdelen Hond en Paard). Zo wordt een beeld gevormd over de klacht.
• Inspectie in stand:
Nu wordt het dier goed bekeken, er wordt gelet op bijzonderheden, algemene indruk en voedingstoestand van het dier, belasting van de poten/benen e.d.
• Oppervlakkige palpatie:
Systematisch voelt de dierfysiotherapeut met de handen over het hele dier: rug, hals, voorbenen/-poten, achterbenen/-poten. Gelet wordt op verschillen in: de temperatuur, spierdikte, spierspanning, verschuifbaarheid van de huid, zwellingen, botstructuren, reactie van het dier en evt littekens, of andere bijzonderheden
• Inspectie in gang:
Als er uit de oppervlakkige palpatie geen beperkingen voortkomen, kan er worden vervolgd met de inspectie in gang. Hierbij wordt eerst met het dier op de rechte lijn gestapt en gedraafd en evt gegaloppeerd (hond). vervolgens wordt er op de volte (ronde) gekeken op de harde ondergrond (tegels/straat) en evt op de zachte ondergrond (zand, gras). Hierbij worden ook weer de verschillende gangen bekeken. Gelet wordt op de bereidheid van het dier om mee te werken, verschillen in de gangen, maakt het verschil of het dier op de linker- of rechtervolte loopt? belast het dier alle 4 zijn poten/benen, zo nee heeft dit te maken met het belasten of het bewegen van deze poot/ dit been?
• Herhaling oppervlakkige palpatie:
Opnieuw wordt het dier gepalpeerd (gevoeld) naar veranderingen in de structuren ten opzichte van voor de beweging. Is er bv meer zwelling of een hogere spierspanning?
• Functie-onderzoek:
Naar aanleiding van de voorgaande onderdelen heeft de dierfysiotherapeut een idee waar hij denkt dat het probleem zich kan bevinden. Dit onderdeel (rug, hals, voorbenen/-poten of achterbenen/-poten) Hier wordt specifiek verder op onderzocht. per gewricht wordt de beweeglijkheid bekeken. Hoe beweegt het gewricht, zijn er bijgeluiden, hoe reageert het dier, hoe ver reikt de beweeglijkheid van het gewricht? is dit normaal of verminderd? indien het verminderd is door welke structuur kan dit verminderd zijn (bot, spier e.d.)
• Evt aanvullende tests:
Indien er nog dingen onderzocht moeten worden is er hier de ruimte voor. evt stabiliteitstesten, neurologische testen.
• Diepe palpatie:
Deze palpatie is met name gericht op de pijn, lokatie en structuur. Waar zitten precies de pijnlijk punten en in welke structuur (spierweefsel, peesweefsel, bindweefsel, huid enz) Fysiotherapeuten zijn erop getraind om erg goed te kunnen voelen en om onderscheid te kunnen maken tussen verschilllende structuren.
• Beslissen behandelen ja of nee:
Nu is het hele onderzoek afgesloten en wordt er besloten
- moet het dier nog terug naar de dierenarts voor verder onderzoek? (evt rontgenfoto"s)
- komt het dier in behandeling? verwacht de dierfysiotherapeut dat een behandeling nuttig kan zijn?
- is het voldoende de eigenaar een paar oefeningen en adviezen mee te geven?
|
|
|